Het PISA-rapport laat zien dat er duidelijke verschillen bestaan tussen de schoolprestaties van jongens en meisjes, vooral wanneer gekeken wordt naar verschillende vakgebieden. PISA, het internationale onderzoek van de OESO, onderzoekt de vaardigheden van 15-jarige leerlingen op het gebied van lezen, wiskunde en wetenschappen. De resultaten betekenen niet dat meisjes in alle vakken beter presteren dan jongens. Integendeel, jongens hebben gemiddeld een voorsprong bij wiskunde, terwijl meisjes een veel grotere voorsprong hebben bij lezen. In de PISA-resultaten van 2022 scoorden jongens in de OESO-landen gemiddeld 9 punten hoger voor wiskunde, terwijl meisjes gemiddeld 24 punten hoger scoorden voor lezen. Vooral de leesachterstand van jongens valt op, omdat in een groot aantal deelnemende landen het aandeel jongens dat het basisniveau voor lezen niet haalt, aanzienlijk groter is dan het aandeel meisjes. Deze cijfers hebben de discussie over de vraag waarom jongens slechter scoren dan meisjes opnieuw aangewakkerd.
Waarom scoren meisjes beter bij lezen?
Een belangrijke verklaring voor de betere leesprestaties van meisjes kan liggen in leesgedrag, motivatie en de manier waarop leerlingen met taal omgaan. Meisjes lezen gemiddeld vaker en lijken daardoor meer oefening te krijgen in vaardigheden zoals begrijpend lezen, woordenschat, interpretatie en het analyseren van langere teksten. PISA meet niet alleen of leerlingen woorden kunnen lezen, maar vooral of ze informatie kunnen begrijpen, beoordelen en toepassen. Leerlingen die regelmatig lezen, ontwikkelen deze vaardigheden doorgaans verder. Toch is het belangrijk om voorzichtig te zijn met een simpele conclusie dat meisjes van nature beter zouden zijn in taal. Schoolprestaties worden beïnvloed door verschillende factoren, waaronder thuissituatie, interesses, motivatie, onderwijsaanpak en sociale omgeving. Het verschil tussen jongens en meisjes is daarom waarschijnlijk het resultaat van meerdere factoren die elkaar versterken.
Hard werken voor school wordt niet altijd als “cool” gezien
Een opvallende verklaring in de discussie over de prestaties van jongens heeft te maken met groepscultuur. In sommige groepen kan hard werken voor school minder status opleveren onder jongens. Een leerling die veel tijd besteedt aan huiswerk, studeren of lezen, kan bijvoorbeeld bang zijn om als “nerd” te worden gezien. Onderzoek naar gender en onderwijs heeft erop gewezen dat sommige jongensculturen minder positief staan tegenover zichtbaar hard werken voor school. Daardoor kunnen jongens wel degelijk waarde hechten aan goede cijfers, maar tegelijkertijd proberen te voorkomen dat anderen merken hoeveel moeite zij daarvoor doen. Het idee dat hard werken op school niet cool is, kan op die manier invloed hebben op motivatie en leerhouding. Dit geldt uiteraard niet voor alle jongens. Er zijn veel jongens die juist zeer gemotiveerd zijn en uitstekend presteren, maar als sociale normen binnen een vriendengroep hard werken ontmoedigen, kan dat voor sommige leerlingen een probleem vormen.
Genderstereotypen spelen mogelijk een rol
Naast groepsdruk kunnen genderstereotypen invloed hebben op de manier waarop jongeren naar school kijken. Jongens krijgen soms het idee dat ze stoer, zelfstandig en zelfverzekerd moeten zijn en dat het tonen van onzekerheid of het vragen om hulp minder mannelijk is. Wanneer hard studeren, fouten toegeven of extra ondersteuning vragen wordt gezien als een teken van zwakte, kan dit de schoolprestaties beïnvloeden. Meisjes ervaren op hun beurt weer andere verwachtingen en uitdagingen. Daarom moet de genderkloof in het onderwijs niet worden uitgelegd als een eenvoudig verschil tussen “slimme meisjes” en “slechte jongens”. Het gaat om complexe sociale verwachtingen die kunnen bepalen hoe leerlingen omgaan met leren, prestaties en succes.
Jongens scoren niet slechter in alle vakken
Hoewel veel aandacht uitgaat naar de achterblijvende prestaties van jongens bij lezen, laten de PISA-resultaten zien dat jongens niet in alle schoolvakken slechter presteren. Bij wiskunde hebben jongens gemiddeld juist een voorsprong. In PISA 2022 scoorden jongens in de OESO-landen gemiddeld 9 punten hoger dan meisjes voor wiskunde. Ook bij de allerhoogste prestatieniveaus waren jongens sterker vertegenwoordigd. Dit laat zien dat de uitspraak dat jongens “slechter zijn op school” te algemeen is. De verschillen zijn afhankelijk van het vak en het soort vaardigheden dat wordt gemeten. Vooral lezen vormt een belangrijk aandachtspunt voor jongens, terwijl tegelijkertijd aandacht nodig blijft voor de positie van meisjes in wiskunde, technologie en andere STEM-richtingen.
De bredere daling van schoolprestaties
De verschillen tussen jongens en meisjes moeten bovendien worden bekeken tegen de achtergrond van een bredere ontwikkeling in het onderwijs. De PISA-resultaten van 2022 lieten in de OESO-landen een aanzienlijke daling zien in de gemiddelde prestaties voor wiskunde en lezen. Dat betekent dat niet alleen jongens met onderwijsproblemen te maken hebben. Ook meisjes hebben te maken met een veranderende onderwijsomgeving waarin motivatie, concentratie en leerprestaties onder druk kunnen staan. De coronapandemie, veranderende leergewoonten, digitale media en maatschappelijke ontwikkelingen worden allemaal genoemd als factoren die het onderwijs kunnen beïnvloeden. Wanneer jongens op bepaalde gebieden sterker achteruitgaan dan meisjes, is het belangrijk om specifiek te onderzoeken waarom bepaalde ontwikkelingen hen mogelijk harder raken.
Sociale media en digitale afleiding
De opkomst van smartphones, sociale media, online video’s en games heeft de manier waarop jongeren hun vrije tijd besteden sterk veranderd. Vooral langdurige concentratie kan hierdoor onder druk komen te staan. Lezen vraagt vaak om langere periodes van aandacht, terwijl veel digitale platforms juist zijn ontworpen rond korte, snel wisselende vormen van content. Dat betekent niet dat sociale media automatisch de oorzaak zijn van slechtere PISA-scores bij jongens. Wel kunnen digitale afleiding en veranderende mediagewoonten bijdragen aan minder tijd voor lezen, huiswerk en geconcentreerd leren. PISA 2022 besteedde daarom ook aandacht aan digitale afleiding op school. Voor scholen ligt hier een belangrijke uitdaging: leerlingen leren omgaan met digitale technologie zonder dat deze hun leerproces voortdurend onderbreekt.
De rol van ouders en leraren
Ouders en leraren kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de schoolprestaties van jongens. Een eerste stap is om leren niet te presenteren als iets saais of als een verplichting, maar als een manier om zelfstandiger en vaardiger te worden. Vooral leesmotivatie verdient aandacht. Jongens hoeven daarbij niet allemaal dezelfde boeken te lezen. Een breed aanbod met onderwerpen zoals sport, technologie, geschiedenis, avontuur, wetenschap en actualiteit kan ervoor zorgen dat meer jongens interesse krijgen in lezen. Leraren kunnen daarnaast benadrukken dat hulp vragen, hard werken en fouten maken normale onderdelen van leren zijn. Wanneer leerlingen begrijpen dat inspanning geen teken van zwakte is, kan dat bijdragen aan een positievere schoolhouding.
Hoe kunnen scholen jongens beter ondersteunen?
Scholen kunnen verschillende strategieën gebruiken om jongens sterker bij het onderwijs te betrekken. Een belangrijke aanpak is het vergroten van de relevantie van lesstof. Jongeren zijn vaak gemotiveerder wanneer ze begrijpen waarom bepaalde kennis belangrijk is en hoe ze die later kunnen gebruiken. Daarnaast kunnen scholen meer aandacht besteden aan leesplezier, praktische opdrachten en actieve leeractiviteiten. Ook positieve rolmodellen kunnen helpen om het beeld te veranderen dat academisch succes niet bij jongens zou passen. Jongens moeten kunnen zien dat intelligentie, discipline, ambitie en sportiviteit of andere interesses prima naast elkaar kunnen bestaan. Tegelijkertijd moeten scholen voorkomen dat ze alle jongens over één kam scheren. Sommige jongens hebben vooral extra motivatie nodig, terwijl andere leerlingen juist behoefte hebben aan meer uitdaging.
Waarom is de onderwijsachterstand van jongens belangrijk?
De prestaties die leerlingen op jonge leeftijd ontwikkelen, kunnen gevolgen hebben voor hun verdere onderwijsloopbaan. Vooral onvoldoende leesvaardigheid kan later problemen veroorzaken bij vervolgonderwijs, beroepsopleidingen en het vinden van werk. Lezen is immers niet alleen belangrijk voor het vak Nederlands, maar ook voor vrijwel ieder ander schoolvak. Leerlingen moeten opdrachten kunnen begrijpen, informatie kunnen beoordelen en complexe teksten kunnen verwerken. Wanneer jongens structureel achterblijven in deze basisvaardigheden, kan dat hun kansen op langere termijn beïnvloeden. Daarom is het belangrijk om de PISA-resultaten niet alleen als internationale ranglijst te bekijken, maar vooral als signaal over welke vaardigheden extra aandacht nodig hebben.
Waarom jongens slechter scoren dan meisjes: geen simpele verklaring
De vraag waarom jongens slechter scoren dan meisjes heeft geen antwoord dat uit één oorzaak bestaat. De PISA-resultaten laten vooral zien dat jongens en meisjes verschillende prestatiepatronen hebben. Meisjes hebben gemiddeld een duidelijke voorsprong in lezen, terwijl jongens gemiddeld sterker zijn in wiskunde. Motivatie, leesgedrag, groepscultuur, genderstereotypen, digitale afleiding en de manier waarop scholen leerlingen begeleiden kunnen allemaal een rol spelen. Het idee dat sommige jongens hard werken voor school niet “cool” vinden, is daarom interessant, maar het verklaart niet op zichzelf de volledige genderkloof.
Veelgestelde Vragen
Waarom scoren jongens slechter dan meisjes in het PISA-onderzoek?
Jongens scoren vooral slechter dan meisjes op het gebied van lezen. Mogelijke verklaringen zijn verschillen in leesgedrag, motivatie, schoolhouding, groepscultuur en genderstereotypen. Dit betekent niet dat jongens in alle schoolvakken slechter presteren.
In welk vak scoren meisjes beter dan jongens?
Meisjes hebben vooral een duidelijke voorsprong in leesvaardigheid. In het PISA-onderzoek presteren meisjes gemiddeld aanzienlijk beter dan jongens bij het begrijpen en analyseren van teksten.
Zijn jongens beter in wiskunde dan meisjes?
Ja. In de PISA-resultaten van 2022 scoorden jongens gemiddeld hoger dan meisjes voor wiskunde in de OESO-landen. De verschillen zijn echter afhankelijk van het land en het prestatieniveau.
Is hard werken op school volgens jongens echt “niet cool”?
Bij sommige groepen kan hard werken voor school minder status hebben. Jongens kunnen bijvoorbeeld bang zijn om als nerd te worden gezien wanneer ze zichtbaar veel tijd aan studeren besteden. Dit is echter geen algemene eigenschap van alle jongens.
Welke rol spelen genderstereotypen bij schoolprestaties?
Genderstereotypen kunnen invloed hebben op hoe jongeren naar leren en succes kijken. Sommige jongens kunnen het gevoel krijgen dat hulp vragen of veel studeren niet past bij het beeld van mannelijkheid dat binnen hun omgeving wordt verwacht.
Conclusie
Het PISA-rapport maakt duidelijk dat de verschillen tussen jongens en meisjes in het onderwijs complex zijn. Vooral de achterstand van jongens bij lezen verdient aandacht, terwijl de betere gemiddelde prestaties van jongens in wiskunde laten zien dat er geen sprake is van een algemene onderwijsachterstand. Om jongens beter te ondersteunen, moeten scholen niet alleen kijken naar cijfers, maar ook naar motivatie, leesplezier, sociale verwachtingen en de leeromgeving. Het belangrijkste doel moet zijn om ervoor te zorgen dat hard werken op school voor iedere leerling positief wordt gezien. Jongens en meisjes moeten allebei de ruimte krijgen om hun talenten te ontwikkelen, zonder dat genderstereotypen bepalen hoeveel moeite ze durven te doen of welke prestaties van hen worden verwacht.
